Doorgaan naar de inhoud
Uw zoekacties: Transcripties

Transcripties ( Collectie Overijssel locatie Zwolle )

beacon
52.249 transcripties
sorteren op:
 
 
Pagina: 5
 
 
Erfgoedstuk
Scan bij een inventarisnummer
1001 UT Nieuws, 24 (12-03-1987)
Jaargang:
24
Aflevering:
10
Jaar:
12-03-1987
Beschrijving:
Editie 10
Bekijk archieftoegang:


Tweejarigè opleiding ook bij Amerikaanse studenten
universiteitsblad twente
12 maart 1987


pagina 5
erg 1n trek
MBA Rotterdam streeft naar de top
(door Evert- Jan Mulder)
Your MBA at the Rotterdam School of Management. Me- nigeen kent deze slogan uit de wervingscampagnes van de Interfaculteit Bedrijfskunde van de Erasmus Universi- teit. Zoals vroeger Uncle Sam met priemende wijsvinger jonge mannen duidelijk maakte dat het leger hen nodig had, zo vestigt nu de oude Erasmus de aandacht op het eigentijds belang van een MBA-opleiding. Uitdagend toont de wijsgeer de te behalen bul, ondubbelzinnig zin- spelend op de grote belangstelling voor managemento- pleidingen op dit moment. Welke worst wordt de studen- ten hier onder de neus gehouden?
De afkorting MBA staat voor ’Mas- ter in Business Administration’. De MBA-opleiding, officieel geheten „het internationale MBA-program- ma in algemeen management”, ging in 1985 van start. Programma-direc- teur dr.ir. G. Broekstra licht toe: ’De algemene reden voor dit programma is de grote behoefte bij bedrijfsleven en overheid aan mensen met een universitaire opleiding op het gebied van algemeen management. Acade- mici zijn in de praktijk vaak te hok- jes-gericht. Wij leveren geen specia- listen, maar mensen die de tools afweten van 0.a. marketing en finan- ciering, en tevens een holistische vi- sie hebben op het functioneren van bedrijven en non-profit-organisa- ties.’
Fenomeen rukt op
Een MBA-opleiding is niets unieks. In Amerika is het een geaccepteerd fenomeen. Er zijn daar vele scholen die een MBA afgeven van meerdere of mindere kwaliteit: In Europarukt het verschijnsel nu ook op. MBA- Rotterdam is voortgekomen uit de oude inter-universitaire post-kandi- daats bedrijfskunde-opleiding in Delft. Het MBA-niveau is te verge- lijken met dát post-kandidaatsni- veau. Na de universitaire herstructu- rering begin jaren tachtig, ging het post-kandidaatsverhaal niet meer op. In Rotterdam werd een eerste- fase Bedrijfskunde opgezet. Tevens deed de mogelijkheid zich voor een tweede fase te ontwikkelen. Door de post-kandidaatsopleiding te upgra- den ontstond de huidige MBA-oplei- ding met een volgens Broekstra dui- delijk herkenbaar en internationaal georienteerd programma.
Minister Deetman heeft vastgesteld dat beroepsopleidingen in de tweede fase zichzelf moeten bedruipen. MBA-Rotterdam ontving van hem een startsubsidie van 12 miljoen gul- den. Binnen vijf jaar moet de oplei- ding echter kostendekkend zijn. De studenten leveren ook een forse bij- drage: het inschrijfgeld alleen al be- draagt 7500 gulden.
Twee jaar
Het MBA-programma kent een pro- bleem-oplossende benadering. Ken- merkend is de multidisciplinariteit, via onderwijs in kleine groepen, met een hoge graad van participatie en zelfwerkzaamheid. Het onderwij- saanbod wordt in diverse vormen gegoten: hoorcolleges, case-studies, simulaties, bedrijfsbezoeken en sta- ges.
Het programma duurt twee jaar, oftewel zes trimesters. Gedurende de eerste twee trimesters leert de student de fundamentele vaardighe- den en technieken van het algemeen management. Er bestaat geen keu- zemogelijkheid tussen de aangebo- den vakken; alle courses zijn ver- plicht. In de trimesters daarna krijgt de student wel de gelegenheid te kiezen. Tevens kan in deze fase van de opleiding deelgenomen worden aan het internationale uitwisselings- programma. In het zesde en laatste trimester rondt de student zijn studie af, door een opdracht „in het veld” uit te voeren.
Amerikanen
Studenten kunnen het programma in het Engels of in het Nederlands vol- gen. In de Engelse klas komt onge-





G. Broekstra
veer de helft van de studenten uit het buitenland. Amerikanen zijn in deze groep sterk vertegenwoordigd. Voor het komende jaar schijnen er voor deze klas veel aanmeldingen uit Zuid-Oost Azië te zijn. De Engelse klas herbergt dus nogal wat verschil- lende culturen. Binnen de hele groep studenten bestaat een grote diversiteit aan academische achter- gronden. Natuurlijk zijn de inge- nieurs en de mensen met een be- drijfskundige of economische oplei- ding het meest in aantal. Er lopen echter ook studenten rond die zijn afgestudeerd in geschiedenis of Rus- sisch. De gemiddelde leeftijd van de studenten is 27 jaar, en 27 procent is vrouw.
Destijds is de Rotterdamse MBA- opleiding begonnen met zestig stu- denten. Men is nu bezig om door te groeien naar een capaciteit van 180 studenten, vertelt Broekstra. Bo- vendien wil de leiding zich ook op een andere markt begeven, via het part-time MBA, waarschijnlijk vol- gend jaar al.
Selectie
Niet iedere afgestudeerde doctoraal- student kan zomaar aan het MBA- programma deelnemen. Broekstra: ’Naast het feit dat je je doctoraal ge- haald hebt, moet je, als het even kan, een of twee jaar werkervaring hebben. Ten derde moet er een GMAT (spreekt uit: djie-met) wor-

den afgelegd (GMAT is de afkorting voor Graduate Management Admis- sion Test). We kijken echt naar de top die eruit rolt. Daarbij hebben we zo onze criteria, die ik verder niet wil vertellen. Last but not least houden we met alle kandidaten een inter- view, om achter de motivatie van de mensen te komen. Soms gaat dat wat moeilijk, als bijvoorbeeld een kandi- daat in India woont, maar we heb- ben een heel uitgebreid alumni-net- werk.’
MBA-Rotterdam is dus op zoek naar topstudenten. Men werft niet alleen in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten. Amerikaanse be- drijven met werkmaatschappijen in Europa zijn volgens Broekstra bij- zonder geinteresseerd in Europees opgeleide managers. ’ Vroeger stuur- den ze hun managers naar Europa, maar in 90 procent van de gevallen ging dat fout, omdat die managers die markt en de cultuur niet begre- pen. Onze opleiding geeft je een stukje Europese signatuur. Wij leg- gen vooral het accent op multi-cultu- rele aspecten en besteden aandacht aan het recht. De Amerikaanse busi- ness-schools hebben weinig kijk op een andere situatie dan de Ameri-
kaanse. Dus zeggen wij tegen de
Amerikanen, kom maar bij ons je MBA halen. En ze komen. Wij krij- gen niet de tweederangs-studenten, maar studenten met aanbiedingen op zak voor de Amerikaanse top- scholen.’
De Rotterdamse management-op- leiding stelt niet alleen hoge eisen
aan zijn studenten, ook de doceren- de en ondersteunende staf moet kwaliteit bezitten, vertelt de direc- teur. Het blijkt echter lastig om hooggekwalificeerde mensen, ook uit het buitenland, aan te trekken. Hoogleraren uit bijvoorbeeld Cana- da en België worden gevraagd om les te geven. Om slagvaardig en flexibel binnen de universitaire spelregels te kunnen opereren, wordt de MBA- opleiding ondergebracht in een stichting. Men realiseert zich dat goed onderzoek een voorwaarde is voor de kwaliteit van de school. Daarom is de Rotterdamse oplei- ding eigenlijk wel tevreden met het feit, dat men verbonden is aan een gerenommeerde universiteit.
In zijn brochure noemt MBA-Rot- terdam zichzelf een „Center of Ex- cellence”.
Broekstra: ’Wij gaan ons zelf niet op de borst kloppen. Anderen moeten maar zeggen of wij een dergelijke naam verdienen. Onze hoofddoel- stelling is kwaliteit. Zowel kwaliteit van de staf als van de studenten en het programma. We onderhouden uitwisselingsprogramma’s met enke- le business-schools die tot de top tien in de Verenigde Staten behoren (0.a. Wharton, Western Ontario, Kellogg en Ann Arbor). Bij die uitwisseling merken wij dat onze studenten het prima doen. Op dat ni- veau kunnen wij ons dus blijkbaar meten met die topscholen.’
Volgens Broekstra zie je in Europa dezelfde situatie ontstaat als in Ame- rika. ’Een Webster geeft in Neder- land ook een MBA af. Straks gaat het bedrijfsleven vragen, leuk, een MBA, maar waar is het van? Har- vard is bijvoorbeeld iets anders dan het Amerikaanse Tietjerksteradeel. Wij streven ernaar tot de top te behoren. Daartoe onderhouden wij ook banden met de beste scholen van Europa, zoals de London Busi- ness School en INSEAD (Institut Européen d’ Administration des Af- faires). In dat circuit zit een Nijenro- de of Webster niet. Mensen die hier hebben gestudeerd hoeven het ma- nagementvak in de praktijk niet nog eens met vallen en opstaan te leren. Met de bagage die ze hebben zullen ze niet meteen tot de hoofddirectie van Philips doorstoten, maar ze heb- ben wel de potentie in zich sneller hogere functies te bereiken. En dat is geen utopie.’
Voorbeeld : Klik op de tekst voor meer
Organisatie: Collectie Overijssel locatie Zwolle
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Scan bij een inventarisnummer
1001 UT Nieuws, 24 (12-03-1987)
Jaargang:
24
Aflevering:
10
Jaar:
12-03-1987
Beschrijving:
Editie 10
Bekijk archieftoegang:

pagina
6 12 maart 1987
universiteitsblad twente



Waarom excellente informatietechnologen eigenlijk maar één keuze hebben
U studeert binnenkort af in de informatie- technologie: als informaticus of als informatie- kundige. Gezien uw prestaties kunt u zich
‘rekenen tot het excellente deel van de nieuwe
generatie informatietechnologen.
Heeft u dan een zeer ruime keuze op de arbeidsmarkt!?
Wij willen u graag overtuigen dat er voor u maar één keus is. Immers, uw meer dan ge- middelde kennis en kunde komen het beste tot hun recht in de meest geavanceerde om- geving waarin u de grenzen van de informatie- technologie kunt verleggen. Met alle ont- plooiingskansen van dien. We noemen de werkvelden waar dit kan.
Fundamenteel onderzoek en basis- ontwikkelingen in de informatica
In het Natuurkundig Laboratorium en in diverse ontwikkelteams worden fundamenteel onderzoek en basisontwikkelingen tot stand gebracht. Bijvoorbeeld in spraakherkenning, man-machine interface, multiprocessing, expertsystemen, 5e generatie talen, methoden en technieken voor software-ontwerp. Diepgravende informatici kunnen hier hun ruime keus maken.
Embedded systems
Intelligente systemen voor toepassing in tele- communicatie, medische diagnostiek, proces- besturing vragen om de meest geavanceerde software-engineering. Een voorbeeld: de submicrontechnologie voor de komende generaties (mega)chips. Het besturen, meten en testen van deze processen is momenteel volop in ontwikkeling.
Een ander voorbeeld: het bewerken van computerbeelden voor medische diagnose met een open programmering is een van de meest geavanceerde ontwikkelingen op dit moment. Informatici kunnen hier in software- engineering nieuwe grenzen ontdekken.
Bestuurlijke informatiekunde
De administratieve en bestuurlijke informa- tiesystemen zijn bij Philips wereldomspannend. Dat geeft een extra dimensie aan de communicatie-infrastructuur. Voeg daarbij de integratie van systemen voor produktie- planning, logistiek, administratie, financiële controle, managementinformatica en kantoor- automatisering.
Excellente bedrijfsinformatici en bedrijfskun- digen met een hierop toegespitste informatie- technologische kennis kunnen deze integratie op een intelligente manier gestalte geven.
Technische informatiekunde
Een ander gebied waar integratie voor de deur staat is dat van de technische informa- tiekunde: CAD, CAM, CAE en uiteindelijk GIM: |
CAD wordt op grote schaal toegepast in de elektronische en mechanische produktontwik- keling. In het bijzonder in het IC-ontwerp zijn we daar heel ver mee.
CAM-experts werken aan de factory of the future en ontmoeten daarvoor hun collega'’s van CAD en CAE (de E van Engineering).
Zo wordt er gewerkt aan de modulaire robot, snelle bestuurbare manipulatoren, machine vision, variabele transportbesturing.
Informatici werken samen met elektrotechnici, werktuigbouwers en bedrijfskundigen om uiteindelijk de Computer Integrated
- Manufacturing (CIM) tot stand te brengen.
Belangstelling?
We willen u graag in een brede oriëntatie uit- leggen waarom iemand van uw niveau eigenlijk maar één keus heeft en toch ruim kan kiezen. Daarvoor nodigen we WO-ers uit in de infor- matica, computerkunde of die andere studies waarin de informatica een richtinggevend aandeel heeft.
Zend uw gegevens aan drs. |. Kleijn,
Philips Personeelzaken, Antwoordnummer 35, 5600 VB Eindhoven.

Academische informatici en informatiekundigen
die dit jaar afstuderen
PHILIPS

PHILIPS





Voorbeeld : Klik op de tekst voor meer
Organisatie: Collectie Overijssel locatie Zwolle
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Scan bij een inventarisnummer
1001 UT Nieuws, 24 (12-03-1987)
Jaargang:
24
Aflevering:
10
Jaar:
12-03-1987
Beschrijving:
Editie 10
Bekijk archieftoegang:
universiteitsblad twente
Visitatiecommissie licht studies door
Positief oordeel over
bestuurskunde Twente
(door Menno van Duuren)
De faculteit Bestuurskun- de van de Universiteit Twente komt er behoorlijk goed vanaf in de beoorde- ling van de ministeriële vi- sitatiecommissie vVOOr SO- ciologie, politicologie en bestuurskunde. De com- missie heeft „grote waarde- ring” voor deze opleiding aan de UT , terwijl op ande- re fronten harde klappen worden uitgedeeld.
De minister krijgt ondermeer het advies om een aantal vakgroepen in Utrecht en aan de Universiteit van Amsterdam op te heffen, alsmede de eerstefase opleiding politicologie in Rotterdam; maatregelen die samen goed zijn voor een bezuiniging van 3,11 miljoen gulden.
Het rapport, dat eind vorige maand verscheen, bevat de resultaten van het onderzoek dat de commissie aan tien universiteiten heeft verricht naar de situatie van de drie weten-
schapsgebieden op het nieveau van de discipline, de studierichting en de vakgroep. Bovendien is vanuit lan- delijk perspectief een sterkte-zwak- te en kosten-baten analyse gemaakt en worden aanbevelingen gedaan aan de CvB’s voor maatregelen op
studierichtings- en vakgroepsni- veau. Waardering
De Bestuurskunde-faculteit van de UT oogst grote waardering van de commissie, die het CvB aanraadt om een „additioneel personeelsbudget voor zowel onderwijs als onderzoek aan BSK toe te wijzen, gezien de huidige onderbezetting en de uitste- kende onderwijs- en de redelijke onderzoeksproduktiviteit”. BSK is vergeleken bij de zuster-faculteiten in Rotterdam en Limburg de groot- ste studierichting, publiceert veel, heeft een hoge promotiegraad, de hoogste onderzoeksscore per fte, de hoogste onderzoeksproductiviteit een gemiddeld studierendement, maar een relatief zwakke ’werf- kracht’ (inkomsten uit tweede- en derdegeldstroom).
BSK blijkt tevens dominant te zijn op de onderzoeksmarkt met een on-

De programmacommissie van het TARt-festival heeft 11 pro- jecten geselecteerd uit 83 inzen- dingen die binnenkwamen als re- actie op de uitgeschreven prijs- vraag. De projecten zullen op kosten van de festival-organisatie worden uitgevoerd en gedurende de TART-dagen van 21 tot en met 23 mei op de campus te zien zijn.
Drie van kunstwerken komen buiten te staan, de rest zal een plaats vinden in de campusge- bouwen. Het werk waarmee de hoofdprijs van 5.000 gulden wordt binnengehaald is nog niet

TARt zoekt technici
bekend, want pas op 21 mei zal zich daar een speciale jury mee bezig houden.
De organisatie van TARt is nu op zoek naar studenten en technici voor het creatief oplossen van de technische problemen die zich bij de realisatie van de elf geselec- teerde ideeën voordoen. Met name wordt gezocht naar werk- tuigbouwkundigen, informatici, fysici, elektrotechnici, een che- micus en een koeltechnicus voor de vervaardiging van ondermeer zandtrechters, software, lenzen, een pulsor, en een drie meter hoog ijs-prisma.


derzoekscore van 74%: Rotterdam en Limburg blijven ver achter met respectievelijk 19% en slechts 7%. Alleen de BSK-vakgroepen sociolo- gie en in mindere mate ook recht en economie worden in de aandacht van de betrokken bestuursorganen aanbevolen wegens een landelijk ge- zien achterblijvende onderzoeks- kwaliteit.
De commissie is tot haar conclusies gekomen op grond van gegevens uit wetenschappelijke verslagen, on- derwijsverslagen en ontwikkelings- plannen van de instellingen over de aren 1983, 1984 en 1985, waar moge- lijk aangevuld met eigen overzichten van de kwaliteiten. Om inzicht te krijgen in het internationale gehalte van de drie studierichtingen is ge- bruik gemaakt van citatie-analyses. De commissie zegt het als pijnlijk te hebben ervaren dat „uitgebalanceer- de en algemeen aanvaarde criteria ter toetsing van de kwaliteit van onderzoek en onderwijs ontbreken, zodat deze op een ad hoc basis gefor- muleerd moesten worden”. Uitein- delijk is het aantal afstudeerders per wetenschappelijk personeelslid (dat werkelijk voor onderwijs wordt in- gezet) als indicator van de onderwij- sproductiviteit genomen. Om de kwaliteit van onderzoeksgroepen te evalueren werd een samenstel van indicatoren gehanteerd: de ’werf- kracht’ werd beoordeeld aan de hand van tweede- en derdegeld- stroom inkomsten, de kwaliteit van het kader werd gemeten aan de hand van de voorwaardelijke financiering en het aantal gepromoveerden bin- nen de vaste staf, voor de onder- zoeksoutput werd gekeken naar een gewogen som van publicaties en naar de begeleiding van verdedigde dis- sertaties. i


JN y COMPUTERSHOP h HENGELO
hmdá
BREEMARSWEG 112, 7553 HT HENGELO, TEL. 074-42 52 94.


Fonds honoreerde 64 Twentse projecten
STW maakt zich zorgen over budget en fusie
Een kwart van alle onder- zoeksprojecten die de Stichting Technische We- tenschappen in 1986 finan- ciert, vindt plaats aan de TU Delft. Daarmee is de TU Delft de grootste ’ge- bruiker’ van STW- geld. Goede tweede op de hitlijst van STW-gebruikers is de Universiteit Twente, die in 1986 evenveel projecten gehonoreerd als afgewezen zag: 64 stuks.
Een en ander blijkt uit het jaarver- slag 1986 van de Stichting Techni- sche Wetenschappen. Vorig jaar ho- noreerde STW in totaal 377 projec- ten, waarvan 97 Delftse. Bij het
aantal in 1986 afgewezen projecten scoort Delft echter ook hoog: twintig procent van alle afwijzingen (in to- taal 460) waren Delftse projecten.
De benarde positie van STW komt in het jaarverslag ruim aan de orde. In februari stelde STW een honore- ringsstop in, omdat het budget (30 miljoen) niet toereikend was. Pas in november konden weer nieuwe aan- vragen worden behandeld. Om opti- maal te kunnen functioneren zou een budget tussen de 60 en 100 miljoen per jaar nodig zijn, meent STW. Voorts maakt de stichting zich ook in haar jaarverslag hardop zor- gen over de naderende fusie met ZWO, waarna de organisaties sa- men NWO zullen heten. Zo’n fusie acht STW onwenselijk, omdat de stichting graag mede onder de ver- antwoordelijkheid van Economi- sche Zaken valt. Daarbij komt dat STW de timing van de fusie ongeluk- kig acht, omdat hij vooruitloopt op
het advies van de Commissie Dek- ker. De politieke besluitvorming over de fusie wordt echter al maan- den opgehouden door met name de VVD, waardoor Dekker c.s. moge- lijk toch nog eerst adviseren. Geslaagd noemt de stichting STW de start van het Programma Onderzoek in Middelgrote en Kleine bedrijven (OMK). Dat is onderzoek voor be- drijven tot 200 werknemers, die zelf geen research-afdelingen hebben en daardoor verstoken blijven van nieuwe kennis. De belangstelling voor het OMK-project bleek in het eerste jaar al meteen overweldi- gend: er kwamen ruim 230 aanvra- gen binnen. Bedrijven betalen de helft van de onderzoekskosten, O&W (uit een pot van 4,7 miljoen) de andere helft. Resultaten van dit OMK-onderzoek hoeven niet nood- zakelijk openbaar gemaakt te wor- den.
UP/ Esther Hageman
12 maart 1987
5
paginá 7

Het bestuur van de Biologische Tuinvereniging Drienerlo: v.l.n.r. Frits Grul, Anneke van Zoest, Jan van Weers, Saskia Everts, Jan Nobbe.
Tuinvereniging start campagne
Onder studenten moet meer geschoffeld worden
(door Menno van Duuren)
De Biologische Tuinvereniging Drienerlo is een ledenwervingscam- pagne onder de studenten begon- nen. Binnenkort zullen in brede kring nieuw ontworpen folders ver- spreid worden in de hoop dat dat vol- doende reacties oplevert om daar- mee de verhouding in het ledenbe-

Muziek en wiskunde
De relatie tussen wiskunde en muziek wordt zondag 15 maart belicht door dr. J. van de Craats, hoogleraar wiskunde aan de Ko- ninklijke Militaire Academie te Breda. Op uitnodiging van de wiskundige studievereniging Abacus houdt hij om half een ’s middags een lezing in het Amfi- theater van de Vrijhof.
Van de Craats publiceerde on- langs een drietal artikelen over wiskunde en muziek in de weten- schapsbijlage van NRC-Handels- blad. „De combinatie wiskunde en muziek is niet zo vreemd als hij op het eerste gezicht lijkt” schrijft hij in het eerste artikel, dat op 22 januari verscheen. „Muziek bereikt ons oor in de vorm van luchttrillingen, veroor- zaakt door trillende voorwer- pen.. De frequentie van zo’n tril- ling bepaalt de toonhoogte. (.…) Toonhoogte, timbre, bovento- nen, muzikale intervallen, har- monie, melodie, het heeft alle- maal te maken met getalsverhou- dingen en dus met wiskunde. En natuurlijk met fysica, geluid is tenslotte een fysisch verschijn- SE
Voorbeeld : Klik op de tekst voor meer
Organisatie: Collectie Overijssel locatie Zwolle
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Scan bij een inventarisnummer
1001 UT Nieuws, 24 (12-03-1987)
Jaargang:
24
Aflevering:
10
Jaar:
12-03-1987
Beschrijving:
Editie 10
Bekijk archieftoegang:

pagina 8
12 maart 1987
Ook Twentse aio’s ontevreden:
’ Als we iets willen
veranderen moet ’tnw’
(door Guusje van Vollenhoven)
Ellen van Bommel (aio TO) en Nico Groenendijk (aio BSK) proberen in Twente een aio-overleg van de grond te krijgen. Ze hebben daartoe alle asssi- tenten-in-opleiding die in het aanstellingenboek van P&O (Personeel en Orga- nisatie) vermeld staan, aangeschreven en uitgeno- digd voor het eerste over- leg dat begin maart heeft plaatsgevonden.
Ellen: ’We konden niet iedereen op tijd bereiken, maar de mensen die kwamen bleken vrijwel allemaal problemen te hebben met de aio-re- geling. Wij zijn de eerste aio’s, en eigenlijk is er nog heel weinig geor- ganiseerd. De universiteit wilde ons bijvoorbeeld eerst tweejarige con- tracten laten tekenen, maar na pro- test lijkt men nu toch over te stappen op standaard-vierjarige promotie- contracten.’
Tweede punt van kritiek is dat een aio begeleid zou worden door een promotor, een mentor (iemand van Personeelszaken of de faculteitsde- caan), en een toezichthouder in de hoedanigheid van een senior-onder- zoeker. Van die drievoudige bege- leiding komt in de praktijk nog niet veel terecht. Op zich is regelmatig contact met één begeleider voldoen- de, maar als die andere twee op geen stukken na bekend zijn, ookal werk je al een half jaar als aio, dan is er wel iets mis, vinden ze. Belangrijk- ste bezwaar is echter het ontbreken van een goed opleidingsplan. De faculteit hoort, samen met de aio, zo’n plan op te stellen. Maar het ge- beurt niet, aldus Van Bommel en Groenendijk.
Moeilijk Nico: ’In het eerste jaar moet vijfen-
veertig procent van de tijd aan oplei- ding besteed worden, in het tweede
jaar veertig procent, het derde jaar dertig en het vierde jaar vijftien procent. Bij BSK ben ik de enige aio, dus daar kun je geen onderwijs- programma voor op poten zetten. Zelfs al zouden er meer aio’s zijn, dan zou het nog moeilijk zijn om daar één opleiding voor op te zetten: mensen komen van verschillende universiteiten en met verschillende vakkenpakketten.’
Ellen: ’Je kunt als aio wel in de collegebanken gaan zitten, maar je hèbt eigenlijk al behoorlijk wat ken- nis. Leren doe je al werkende, door zelf dingen uit te gaan zoeken en daar met je begeleider over te pra- ten. De minister staat op het stand- punt dat zelfstudie geen produktieve arbeid is, maar ik vind dat het lezen van relevante literatuur wel degelijk werk is.’ Op de eerste, recentelijk belegde aio0- vergadering waren vol- gens de organisatoren maar twee aio’s tevreden met hun onderwijs- plan: één aio bij WB die met zijn achtergrond als informaticus een hecht onderwijsprogramma in el- kaar wist te spijkeren, en één aio bij EL die van huis uit lichamelijke opvoeding gedaan heeft en zoveel mogelijk opleiding wilde hebben. Ellen: ’De meeste aio’s hebben een opleiding oude-stijl gedaan, en dus een langere studie achter de rug dan degenen die nu de eerste fase vol- gen. De nieuwe-stijl-studeerders zullen waarschijnlijk weer aanvoe- ren dat hun studiebelasting zo’n driehonderd uur per jaar zwaarder is als die in het oude-stijl-programma: in vier jaar tijd levert dat bijna een vol studiejaar op. Ik denk dat ieder- een gewoon doelgericht aan de slag wil.’
Tweede-Kamer
Het UT-aio-overleg onderhoudt nauwe banden met het Tilburgs aio- overleg TAIOO en met een groei- end aantal aio-overleggroepen aan andere universiteiten (de aio’s aan de Katholieke Universiteit Brabant sloegen het eerst de handen ineen om te proberen hun arbeidspositie te verbeteren, red.). Bedoeling is om te komen tot een landelijk aio-over- leg waarin delegaties van de verschil- lende universiteiten samen beleids-
lijnen uitstippelen. Nico: ’In Utrecht, Nijmegen en Leiden zijn de aio’s zich nu ook aan het organise- ren. Die contacten zijn belangrijk, en bovendien komen er aardige ver- schillen boven tafel: Nijmeegse aio’s kregen teveel uitbetaald door een fout in de computer, Tilburgse aio’s zitten in het ziekenfonds terwijl we in Twente ons particulier moeten verzekeren, en in Utrecht is de sala- rissom over vier jaar op een hoop ge- gooid en daarna gemiddeld zodat aio’s daar vier jaar lang hetzelfde, vaste bedrag krijgen.
’We willen eerst per universiteit in- ventariseren wat er voor problemen en suggesties liggen; die gegevens willen we tijdens landelijke overleg- dagen goed doorspreken en uitein- delijk hopen we daarmee een be- scheiden invloed te kunnen uitoefe- nen op debatten over de aio-regeling die in augustus in de Tweede Kamer gehouden zullen worden. Het Minis- terie heeft een Leids onderzoeksbu- reau opdracht gegeven de aio-rege- ling te evalueren. Hun rapport zal toegespitst zijn op de werving en het functioneren van de opleiding bin- nen het universitair onderzoek, maar we hebben inmiddels de toe- zegging dat het bureau ook melding zal maken van de inhoudelijke pro- blemen van aio’s aan de universitei- ten. Voor ons is het nu: als we iets willen veranderen, dan moet het nù gebeuren.’
Het eerstvolgende UT-aio-overleg is op 24 maart, van half een tot half drie ‘s middags, in zaal 3 van de Vrijhof.

Kwaliteit. Op 21 maart organiseert het Interuniversitair Studenten Overleg een symposium in Gronin- gen met als titel: 'Kwaliteitsverande- ring van het Universitair Onderwijs in de toekomst.’ Sprekers zijn onder meer minister Deetman en de CvB- voorzitters van de RUG en de Rijks- hogeschool Groningen.
De kosten voor studenten zijn f15,- en voor niet-studenten f40,- Inlich- tingen bij Olaf Brugman, tel. 053- 306367.
universiteitsblad twente
Ellen van Bommel en Nico Groenendijk



Spin-offs in Nijmegen
Een science park, een bedrijfster- rein en een bedrijfsverzamelgebouw in de buurt van de Katholieke Uni- versiteit Nijmegen, waar met de uni- versiteit gelieerde bedrijven zich kunnen vestigen is serieus het over- wegen waard. De behoefte van be- staande bedrijven om zich op een dergelijk park te vestigen moet ver- der onderzocht worden. Op relatief korte termijn is behoefte aan 1500 m2 bedrijfsruimte voor KU-spin- offs.
Dat is één van de conclusies uit het zojuist gepubliceerde onderzoeks- rapport ’Spin-offs van de Katholieke Universiteit Nijmegen; voorverken- ning ten behoeve van een science- park’. Het onderzoek werd uitge- voerd door het Nijmeegs onder- zoeks-en adviesbureau Buck Con- sultance International, in opdracht van de Stichting Gelder-Kennis. Tussen 1980 en 1985 zijn volgens het rapport vanuit de KUN 38 zogehe- ten spin-offs ontstaan. Deze bedrij- ven hebben op dit moment 137 ar- beidsplaatsen. Binnen twee jaar ko- men er bij deze bedrijven naar ver- wachting nog 90 banen bij. Verder zijn 72 potentiële spin-offs in kaart gebracht, waarvan een flink deel met een aanzienlijke of grote marktver- wachting. Bij 23 bedrijven gaat het om bedrijfsmatige productie, waar- van de helft op korte termijn kan starten.
De spin-offs zijn veelal hoogwaardi- ge bedrijven, die zich bezig houden met informatieverwerking en auto- matisering, ontwikkeling en produc- tie van nieuwe apparatuur, genees- middelenonderzoek, en consultan- cy-aktiviteiten. Het gaat om onder- nemingen, opgericht door één of


De dynamiek van de olie-industrie en de complexiteit van haar markten vormen een formidabele uitdaging voor Shell. Shell organiseert jaarlijks een Summercourse om een groep Nederlandse studenten kennis te laten maken met een aan- tal aspecten van de bedrijfsvoering, die van belang zijn voor het goed functioneren van haar wereldwijde organisatie. Die kennismaking zal gebeuren door middel van case- behandelingen en lezingen.
Deelname:
Maximaal 35 studenten van Nederlandse universiteiten die
(ADVERTENTIE)
al ver in de doctoraalfase gevorderd zijn en die interesse
hebben in marketing en trading, financiën en personeels-
zaken. Locatie:
Atlantic Hotel in Den Haag (Kijkduin), waar de deelnemers ook zullen overnachten. Sluiting inschrijving 24 april 1987. Aanmeldingsformulieren kunnen uitsluitend schriftelijk
Voorbeeld : Klik op de tekst voor meer
Organisatie: Collectie Overijssel locatie Zwolle
 
 
 
Pagina: 5