Nadat hij gedurende ongeveer anderhalve eeuw uit het gezicht verdwenen is geweest ziet men hem weer optreden en wel in een gerechtelijke handeling op 11 Juni 1533 * in de persoon van Bruyn Blanckvordt, een naam die men ook dikwijls aantreft in de registers van 1542-1570, de oudste van het archief. *
Deze twee delen van de registers van vrijwillige zaken vormen in zoverre een uitzondering, dat zij tot de vroegste registers behoren, die van de rechterlijke archieven der schoutambten op het Rijksarchief in Overijssel aanwezig zijn * Over het algemeen vangen deze registers pas aan in de 17e eeuw.
Na genoemde delen beginnen in 1650 de registers, - ingedeeld op de door het Landrecht van 1630 voorgeschreven wijze (zie Algemene inleiding op de rechterlijke archieven der schoutambten van Overijssel.)-geregeld te lopen. Aanvankelijk zijn, zoals uit de betreffende inv. no's blijkt, vrijwillige en contentieuze zaken nog in de delen samengevoegd, maar reeds spoedig, nl. na 1693, is de splitsing volledig doorgevoerd.
Gedurende een lange periode nl. van 1750 tot 1795 zijn de akten steeds ondertekend door de verwalter-scholtus, terwijl men van een scholtus niets bemerkt. Pas in 1795 verschijnt deze weer, echter eerst nog als "provisionele" scholtus.
Als gewezen scholtus van Hardenberg maakt 1 Juli 1811 J.G. Pruim een inventaris op van alle toen aanwezige archiefstukken van het voormalige schoutambt Hardenberg en draagt deze de 7e Augustus 1811 over aan de griffier van de rechtbank te Deventer.
Behalve de in genoemde inventaris vermelde, bevinden zich in het archief van dit schoutambt ook nog verschillende archiefstukken deels aangekocht in 1869 op de auctie Heerkens te Zwolle, deels afkomstig uit de collectie Riemsdijk (Aanwinsten 1904, 1934, 1940 en 1947), zoals dit bij de desbetreffende inv. no's is aangegeven.
Mijn Studiezaal (inloggen)

