Doorgaan naar de inhoud
Uw zoekacties: -

Transcripties ( Collectie Overijssel locatie Zwolle )

beacon
 
 
Erfgoedstuk
Scan bij een inventarisnummer
1000 UT Nieuws, 24 (05-03-1987)
Jaargang:
24
Aflevering:
9
Jaar:
05-03-1987
Beschrijving:
Editie 9
Bekijk archieftoegang:
universiteitsblad twente
5 maart 1987
pagina 3
Onderwijskunde en Informatika werken aan SCHOLIS- project
Schoolleiding kan met informatie- systeem eindelijk echt beleid voeren
(door Ria Boelens)
'Op grote scholengemeenschappen, die je toch onder- hand met een flink uit de kluiten gewassen bedrijf kunt vergelijken, worden heel wat belangrijke beslissingen ge- nomen op basis van gebrekkige informatie. Zaken als intuïtie, vermoedens en ervaring geven veelal de door- slag, terwijl het ook achteraf nauwelijks mogelijk is de kwaliteit van de beslissing objectief te beoordelen. Er blijkt op scholen een enorme behoefte aan het gebruik van de computer, zowel op het administratieve vlak als voor de management-ondersteuning. Wat er aan software te koop is, komt het amateuristisch stadium vaak nauwe- lijks te boven. Er is veel meer mogelijk.’
Aan het woord 1s drs. Ádrie Visscher van Toegepaste Onderwijskunde, samen met drs. Leo Essink van In- formatica de drijvende kracht achter SCHOLIS, een project, waarin de UT, samen met het Centrum voor Onderwijs en Informatietechnologie (COI), een schoolinformatiesysteem ontwikkelt. Het ministerie van On- derwijs en Wetenschapen heeft voor het project tot januari ’89 een bedrag van ruim een miljoen gulden be- schikbaar gesteld.
Drie ’experimenteerscholen’in de regio verlenen hun medewerking aan het project: de Rijksscholenge- meenschap Erasmus in Almelo, het protestant- christelijke Ichthus-col- lege en de gemeentelijke Scholenge- meenschap Zuid, beide in Ensche- de. De laatste school heeft voor de duur van het project één van zijn conrectoren, i. Jan Vervoort, als projectleider voor de helft van zijn tijd 'uitgeleend’ aan de UT.
Ondersteuning
Wat maakt het SCHOLIS-project zo bijzonder dat minister Deetman maar liefst een miljoen gulden beschikbaar stelt?
Essink: ’We werken aan een geïnte- greerd systeem, waardoor niet al- leen de efficiency in de scholen ver- beterd kan worden, maar ook met name het schoolmanagement onder- steuning krijgt. Wat er in de afgelo- pen zeven, acht jaar op de markt is
gekomen zijn soft-warepakketten, die niets anders doen dan het auto- matiseren van wat tot dan toe op scholen met de hand werd gedaan. Dat wil zeggen: de bestaande situa- tie werd geoptimaliseerd. Maar meer beleidsontwikkelende aktivi- teiten blijven achterwege omdat ze alleen handmatig verricht kunnen worden en daardoor te arbeidsinten- sief zijn’.
Volgens Essink heeft zich in bedrij- ven al eerder eenzelfde ontwikkeling voorgedaan: daar vond eerst een grootschalige automatisering van het administratieve werk plaats. Pas daarna is men zich meer gaan richten op de ondersteuning van het mana- gement.
Waar het volgens Visscher en Essink aan ontbreekt is een overkoepelen- de fundamentele informatie-analy- se. De school als organisatie dient in zijn totaliteit in kaart te worden gebracht, waarbij wordt nagegaan welke informatieverwerkende pro- cessen zouden moeten plaats vinden en welke daarvan met de computer zinvol te ondersteunen zijn. Voor softwarehouses is een zo’n arbeids- intensief karwei te kostbaar en te ris- kant. Bovendien blijkt elke school weer anders georganiseerd te zijn en is het niet goed mogelijk om de huidige systemen -in de derde gene- ratietalen zoals BASIC en COBOL ontwikkeld- af te stemmen op de specifieke wensen van elke school.
De onderzoekers Essink (L.) en Vis- scher
Essink:’ Wij ontwerpen een school- informatiesysteem voor de toekomst in de vierde generatietaal ORA- CLE, waarbij we ons niet willen laten beperken door de hardware die er op dit moment is: we gaan er van- uit dat de scholen over een aantal ja- ren de beschikking krijgen over krachtiger apparatuur. De overheid zal moeten inzien dat ze meer geld moet investeren in de automatise- ring op scholen.’
Essink en Visscher zien zichzelf als de ontwikkelaars van de derde gene- ratie informatiesystemen voor het onderwijs. De eerste generatie ken- merkte zich volgens hen door klun- geligheid en puur hobbyisme en be- stond goeddeels uit enthousiaste do- centen. De tweede generatie zijn de leveranciers die op dit moment de - op zichzelf niet slechte- program- ma’s aan scholen leveren.
De derde generatie systemen ken- merken zich door het feit dat ze gebaseerd zijn op een fundamentele informatieanalyse en door een sterk accent op de managementonder- steuning. Bovendien is de centrale gegevensbank op meerdere plaatsen

tegelijk toegankelijk. Het wordt een systeem waarbij de eindgebruiker met een vrij gemakkelijke taal vrij- wel onbeperkt vragen kan stellen aan het systeem, met name het on- derzoeken van relaties tussen varia- belen.
Belang
Wat is het belang van de faculteiten TO en Informatica bij het project? Essink: ’We willen een normatief model voor de toekomst maken: als we een heel goede databasedefinitie hebben ontwikkeTd kuninen softwa- releveranciers hun producten daar- op aanpassen. Het maken van zo’n uitgebalanceerde definitie is heel complex. Binnen de UT hebben we een club die zowel op onderwijsor- ganisatiegebied als in de informatica deskundig is. Ideaal dus.’
Verder zijn er natuurlijk onder- zoeksbelangen. Zo is TO geïnteres- seerd in de vraag welke informatie- stromen en informatieverwerkende processen er in scholen een rol spe- len. Visscher: ’Daar is praktisch geen literatuur over. Bovendien wil TO weten wat het effect is van deze systemen op scholen. We gaan on- derzoeken in hoeverre het funktio- neren van schoolorganisaties, in ter-
men van efficiency en effectiviteit, verbeterd kan worden door ons sy- steem.’
Essink over het onderzoeksbelang van Informatica: ’Het maken van een fundamentele informatieanalyse in een organisatie is iets waarmee veel wetenschappers zich bezighou- den. Daar zijn in de loop der tijd diverse methoden voor ontwikkeld. Aan de UT hebben we ook gewerkt aan een methodiek voor informatie- systeemontwikkeling. SCHOLIS biedt ons de unieke kans om in zo’n groot en complex project de toepas- baarheid en de effectiviteit van de methode te toetsen. Interessant is ook dat dit een gebied is waarbinnen verschillende soorten computertoe- passingen een rol spelen. Tenslotte- ook niet onbelangrijk- gebruiken we vierde-generatiehulpmiddelen. Het geld daarvoor en de ervaring die we er mee opdoen is natuurlijk ook van groot belang voor Informatica’.
Nieuwe organisatie
Visscher: ’In feite ontwerpen we met SCHOLIS op een aantal punten een nieuw soort schoolorganisatie. Met minder papier-rompslomp, zodat de schoolleiding meer tijd overhoudt voor werkelijk beleid en daarbij on- dersteund wordt door relevante be- leidsinformatie, waarovêr men vroe- ger niet kon beschikken.’
Essink: Ik ben er van overtuigd dat we in staat zijn om een goed systeem te maken. Waar ik niet zo van over- tuigd ben is dat het systeëm ook daadwerkelijk effectief zal blijken te zijn; als de schoolorganisaties niet de mogelijkheid krijgen van het minis- terie om hierin goed opgeleid te worden, zakt alles misschien als een plumpudding in elkaar. De scholen zijn inmiddels uitgemergeld tot op het bot. Dat kan niet langer zo door- gaan. De overheid moet inzien dat de kwaliteit van het management en de informatievoorziening wel dege- lijk invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs. En ze moet er voor zorgen dat de opleiding van de schoolleiders beter wordt. Wij kun- nen ze met het SCHOLIS-project een deel van het concrete instrumen- tarium leveren.’

Scholengemeenschap Zuid in Enschede, een gemeentelijke school voor MAVO, HAVO en Atheneum, is één van de drie scholen die meedraait in het SCHOLIS-project. Eerder al kwam de school in het nieuws ( 0.a. Jeugdjournaal en Brand- punt) vanwege het ’Absentie Re- gistratie Systeem’ (de ’spijbel- computer’), dat een eenvoudig onderdeel van SCHOLIS is.
Rector drs. Harry de Groot: ’ Als schoolleider moet je snel over alle gegevens kunnen beschikken om beleid te kunnen voeren. Ik wil niet afwachten hoe iets zich vanzelf ontwikkelt, ik wil zelf meedenken. Maar dan heb ik wel het juiste gereedschap nodig. En dat is één van de dingen die ik van SCHOLIS verwacht. De school is een soort bedrijf en het leiden van een school moet steeds be- drijfsmatiger worden aange- pakt’.
Voorbeeld : Klik op de tekst voor meer
Organisatie: Collectie Overijssel locatie Zwolle